We vertrokken met een klein busje, met zes personen aardig vol. De gids, Guido, kroop achter het stuur. Via de kunstig gesnoeide bomen in Zarcero reden we naar La Fortuna, het dorpje aan de voet van de vulkaan. En de vulkaan? Die zat - inderdaad - met zijn (ongeveer) 1650 meter hoge top in de wolken. Wij besteedden onze aandacht aan de krokodillen die bij het hotel gehouden werden. We kregen zelfs een jonge kaaiman in onze handen geduwd: hier, leuk om even vast te houden... Ja... De huid van de kleine krok voelde erg koud en hard aan.
's Avonds reden we naar Tabacon, een zwembad in de buitenlucht dat gevuld wordt door water uit de rivier die van de Arenal stroomt. Hier en daar kan je ook in de rivier zelf zitten. Koud? Welnee. Het water wordt immers verwarmd door de Arenal! Het is zo'n 30 - 35 graden Celsius. Heerlijk badderen dus!

De volgende dag reden we vanuit Fortuna om Lago de Arenal (het meer). Opeens zei ons gids, die in zijn achteruitkijkspiegel zat te kijken, dat de vulkaan te zien was. En inderdaad, daar stond de kegel. Zo imposant gezicht was het, dat ik helemaal vergat om een foto te maken. En toen kwamen we bij het meer. De vulkaan verdween achter de bomen. En weg was mijn mogelijkheid om met een foto te bewijzen dat ik echt de wolkenloze Arenal gezien heb.