
Toen ik aankwam stond er een klein vrouwtje met een bordje met mijn naam erop. We verstonden elkaar de eerste dagen nauwelijks, want ik sprak geen woord Spaans. Maar dat kwam al snel goed.
Tijdens die eerste maand ontmoette ik Thorwald Westmaas op het Haringfeest. Hij is directeur van talenschool ILISA en hij had wel een baantje voor me.
Dus ik verhuisde naar de andere kant van San José en werkte met veel plezier voor een half jaar bij ILISA. Ik woonde in het dorpje San Pedro Montes de Oca en met de studenten van ILISA zag ik heel wat van Costa Rica.
Daarna werd het tijd voor wat anders: de natuur in. Ik werd vrijwilliger bij Hotel Avalon in División, een klein dorpje langs de Interamericana. Avalon was het paradijs op aarde: rust, heel veel vogels, mooi uitzicht... en aardige gasten in het hotel. Na een tijdje werd ik assistent-manager en mocht ik het hotel zelfstandig draaiende houden. 'n Hele verantwoordelijkheid, maar wel erg leuk.
In de zomer van '99 bezocht ik nog een paar vrienden in Texas, en al snel daarna werd het tijd om terug te gaan naar Nederland. Eind augustus begon daar het 'gewone' leven weer.

Ik besloot dat te doen en besteedde de avonden en weekenden van 2001 aan het beschrijven van avonturen van Nederlanders in Costa Rica: van piraten tot hoteleigenaars, van studenten tot kaasboeren.
In november ging ik terug om samen met Cor de laatste hand te leggen aan het boek. Het was tevens een mooie gelegenheid om mijn vriend Joost kennis te laten maken met "mijn Costa Rica".
In maart 2002 was het boek af. Op Koninginnedag werd het officieel gepresenteerd op de receptie van de ambassadeur: Club Holandés de Costa Rica, 1952-2002. En ik was erbij. Natuurlijk, zoiets mag je niet missen. Het was heerlijk om weer terug te zijn!